THE HUMAN AGENDA

MICHELLE TOUWSLAGER

Hi Michelle, hoe gaat het vandaag?

Michelle: “Druk! Gewoon gaan met die banaan.”

Wat speelt er vandaag de dag in de bouwsector?

“Wat mij opvalt is dat in tijden van corona weer blijkt dat de bouw een hele belangrijke pijler is van de maatschappij. Als de bouw stopt, dan valt de economie om. Op de een of andere manier heeft de bouw – in ieder geval bij ons – ook nog geen dag stilgelegen.”

Merk je ook dat er door corona meer saamhorigheid ontstaat?

“Dat niet per se. Je merkte in het begin dat mensen ook heel erg op elkaar gingen letten. Je passeert elkaar natuurlijk op de bouwplaats, soms was dat best even lastig. Maar toch kon iedereen zijn werk goed doen.”

Vond je het ook juist fijn om door te kunnen gaan?

“Zeker, maar wat ik wel merkte is dat er bij andere sectoren heel huiverig werd aangekeken tegen het opstarten van de normale gang van zaken, bijvoorbeeld op de scholen. Toen dat weer van start ging, waren de leraren bang en hadden ze het gevoel dat ze proefkonijnen waren. Ik denk dan ‘nou kom op, hoezo proefkonijnen?’ Er zijn veel sectoren wel gewoon doorgegaan. Wij liepen hier rond met rauwe klauwen van het handen wassen (lekker op z’n Rotterdams). Maar goed, dat is misschien de mentaliteit in de bouw.”

Denk je dat het een uitdaging is om iets aan het imago van de bouw te doen?

“Ik draai al 25 jaar mee in de bouw en het imago is eigenlijk altijd wel hetzelfde gebleven. Ik leef niet in de illusie dat daar nog iets in gaat veranderen. Wat ook prima is, voor mij is het imago van de bouw gewoon stoer!”

Als je 5 tot 10 jaar vooruitblikt, wat zijn dan uitdagingen en ontwikkelingen waar de bouw mee te maken gaat krijgen?

“Er wordt natuurlijk al jaren gesproken over de VR-bril op de bouwplaats, zodat je kunt zien hoe alles eruit komt te zien. Wij lopen hier nog met een iPad rond. En dat is al een hele stap hè, voor nu. Ik ben dus wel benieuwd hoe ver dit gaat komen en of daarin geïnvesteerd gaat worden.”

Denk je dat dat nodig is?

“Het is zeker handig. Toen ik mijn carrière in de bouw begon werd er gezegd dat de bouw heel traditioneel is – en zal blijven. We zullen steeds meer digitalisering krijgen, maar op de bouwplaats is mankracht nodig. Ik heb daar nog eens over na zitten denken en dat is ook nog steeds zo. Er lopen nog steeds mannetjes – en af en toe een vrouwtje – rond om alles in elkaar te knutselen.”

Staan de mensen of de projecten meer centraal in de bouw?

“Ik heb alle soorten teamsamenstellingen langs zien komen. In het begin was het vooral: er is iemand nodig, dus wie kan daarheen om het op te pakken? Toch hoor ik geluiden dat we misschien meer naar de capaciteiten en het karakter van de mensen moeten kijken. Ik heb nog niet bewust meegemaakt dat er echt op die manier een team wordt samengesteld.”

Wordt daar dan niet naar gekeken bij een sollicitatiegesprek denk je?

“Jawel, je voelt natuurlijk wel aan wat voor type je voor je hebt zitten. Ik heb ook wel eens een gesprek gehad en ik voelde meteen de lekkere Rotterdamse mentaliteit die er heerste. Gewoon huppakee, duidelijk en helder. We hadden meteen een klik, dus toen ik de deur uitliep wist ik dat we een topteam konden vormen.”

 Je bent een vrouw in de bouw, hoe is dat?

“Ik ben niet alleen vrouw, maar ook een gevoelig type. Daar ben ik wel meerdere keren tegenaan gelopen. Ik dacht weleens: hoe heb je in hemelsnaam bedacht om in de bouw te gaan werken met dit karakter? Op de een of andere manier is het toch gelukt.”

Je houdt je goed staande?

“Dat heb ik nooit teruggekregen van iemand. Ooit zei mijn projectleider in een beoordelingsgesprek dat mijn charme wel in mijn voordeel werkte. Ik dacht: pardon? Maar ik ben daarna wel sterker in mijn schoenen gaan staan. Oké, ik ben een vrouw in de bouw en kennelijk bezit ik bepaalde kwaliteiten waardoor ik geaccepteerd word.”

Zie je dit thema nog als een opgave voor de bouwsector?

“Meer vrouwen in de bouw is sowieso niet verkeerd denk ik. Dat begint al op de scholen. Er moet meer benadrukt worden dat vrouwen net zoveel kunnen als mannen. Al denk ik dat dit wel steeds meer gebeurt. Hier hebben we een vrouwelijke kraanmachinist en ik zie er op de bouwplaats af en toe een vrouw tussen lopen. Die komen dan wel boven naar het damestoilet, dat is nog niet geregeld beneden. Tsja, het blijft toch uitzonderlijk op de een of andere manier.”

En altijd al geweest?

“Ja, je wilt niet weten hoe vaak ik heb moeten strijden voor een gewoon damestoilet. Het gaat nergens over.”

Wat moet je als bedrijf hebben om in deze tijd succesvol te zijn?

“Je moet je onderscheiden in iets. Ieder bedrijf heeft een bepaalde bedrijfscultuur en niet iedereen voelt zich prettig bij dezelfde cultuur. Als je de juiste mensen aan je weet te binden ben je al op weg om succesvol te zijn. Maar het gaat natuurlijk verder dan dat.”

Hoe dan precies?

“Niet achterblijven met de innovatieve ontwikkelingen bijvoorbeeld. Daarin zie je duidelijk dat de grotere bedrijven koploper zijn, wat noodzaak geeft aan de kleinere aannemers om bij te benen. Dat gebeurt dus ook. En dan heb je nog de onderaannemers, daar zitten wel grote verschillen. Zo vinden sommigen het leuk om met BIM te werken, waar anderen nog met een witdruk en een stift aan de slag gaan. Ik wist niet wat ik zag joh. Maar dat zegt ook wel wat over de leiding en strategie van een bedrijf.”

Hoe belangrijk vind jij de cultuur binnen een bedrijf?

“Heel belangrijk! Toen ik ooit aan mijn carrière begon heerste er bijvoorbeeld een echte cowboy-cultuur. Alles kon. Ik heb toen mooi werk gedaan, maar ik voel me daar nu helemaal niet meer prettig bij.

Wanneer voel jij je wel prettig?

“Als ik me gewaardeerd voel en als er open gecommuniceerd wordt. Wel goed om te zeggen dat ik een echte teamspeler ben. Als iemand uit mijn team iets voor zich houdt of er een bende van maakt, dan word ik onrustig. Zo kan ik niet werken. Ik wil met z’n allen op één lijn zitten en een koers bepalen voor de projecten. Plus: ik ben overgevoelig, dus ik voel al dingen voordat ik weet wat er speelt. Onderlinge spanningen bijvoorbeeld.”

Ben jij dan vaak de verzoenende factor?

“Nee en ja. Als het tussen collega’s onderling is dan mogen ze het van mij met elkaar uitzoeken. Dat is niet mijn probleem, hoewel ik het wel meekrijg natuurlijk. Maar ik probeer vanuit mijn positie dingen wel altijd bespreekbaar te maken.”

Op welk project ben je het meest trots?

“Eentje is het zwembad in Gouda, vanwege de fijne samenwerking binnen het team. Dit was ook de eerste keer dat we met BIM en Lean werkten bijvoorbeeld. Dat zijn echt van die leermomenten. Maar zoals je ziet kan ik niet kiezen en moet ik ook alle projecten – en dan met name de Millenniumtoren – in Rotterdam zeggen. Gewoon omdat het mijn geboortestad is.”

Michelle Touwslager
Projectcoördinator / Sr. Werkvoorbereider, Bouwcombinatie NCIA – bestaande uit Boele & van Eesteren en Visser & Smit Bouw

Werk je nu met een fijn team?

“Zeker. We kennen elkaar al langer en dat is een voordeel. Voor de tweede fase van mijn huidige project hebben ze me ook teruggehaald. Een collega zei laatst tegen me: ‘ik heb wel het idee dat je je hier veilig voelt’. En dat is ook zo. Jezelf veilig voelen is volgens mij wel de basis voor een goede werkplek.”

Als je 25 jaar vooruitkijkt, hoe ziet de bouw er dan uit?

“Ik zit dan zelf al achter de geraniums joh!”

Misschien vind je het wel zo leuk dat je nog even doorgaat.

“Ik maak het nog wel mee van mijn vriend Martijn, die is dan nog aan het werk. Naar mijn idee is dat het doel wordt om steeds sneller te kunnen bouwen.”

En hoe denk jij dan over de rol van duurzaamheid?

“Dat zou je wel kunnen combineren. Als je bezig bent met methodes om de bouw sneller te laten verlopen, heeft dat ook met duurzaamheid te maken. Je kunt bijvoorbeeld meer circulair bouwen. Het is sowieso een trend die steeds meer ingeburgerd raakt. Binnen bedrijven wordt steeds vaker een persoon aangewezen die zich focust op dit thema.”

Hoe heb je dit zien ontwikkelen?

“Toen ik begon werd er nog niet naar gekeken, maar nu moet je bijvoorbeeld FSC-lijsten bijhouden. Je kunt eigenlijk al geen hout meer bestellen dat niet voldoet aan allerlei eisen. Zo ook andere producten die duurzaam moeten zijn.”

Welke capaciteiten moet je bezitten om succesvol te zijn?

“Karakter. Je moet, zeker in de bouw, stevig in je schoenen staan en niet over je heen laten lopen. Daarnaast moet je ook communicatief vaardig zijn, want ook in de bouw werk je nog altijd met mensen. Kennis misschien? Maar dat is niet echt een persoonlijke kwaliteit.”

Vroeger was kennis macht, nu is het delen van kennis macht. Zie je dat zo?

“Om succesvol te zijn in de bouw is samenwerken heel belangrijk. Je moet een teamspeler zijn.”

Hoe ziet jouw ideale team eruit?

“Wat ik zei, op basis van een klik kom je al een heel eind. Om nou een team samen te stellen op basis van de kleuren rood, groen, geel en blauw vind ik niks. Dat zijn maar labels. Ik werk met een wat ouder team met meer ervaring, iedereen weet wel wat je aan elkaar hebt en hoe je op elkaar moet reageren. Verder werk ik graag met mensen met de Rotterdamse mentaliteit, die dus van aanpakken houden. In de bouw is het gewoon ‘niet zeiken, maar werken’.”

Waar kun je niet zonder voor het uitvoeren van je werk?

“Leuke collega’s en een werkende computer.”

Wat wil je jonge mensen in de bouw meegeven?

“Toen ik begon met werken kwam mijn toenmalig projectdirecteur een praatje met me maken. Heel amicaal, maar hij had een duidelijke boodschap. Ik was de laatste schakel in het project voordat het in uitvoering ging en kreeg dus veel verantwoordelijkheid. Ik besefte dat alles wat ik niet goed zou uitzoeken verkeerd zou uitpakken. Het is heel goed en belangrijk om taken op je te nemen en alles tot in de puntjes uit te pluizen, zodat je er echt achter kunt staan. Echt: lees alles door en zorg dat je overdracht naar collega’s goed is om grove fouten te voorkomen.”

Moet de jonge generatie zich volgens jou meer verdiepen in realisatie?

“Je moet heel veel verstand hebben van bouwen. Dus als je de ambitie hebt, ga dan eerst met je bouwlaarzen in de blubber staan. Alle opleidingen voor de bouw brengen je vooral veel bij over de denkwijze. Het daadwerkelijke bouwen kun je uiteindelijk alleen maar leren door het te doen.”

Waar blijk je beter in te zijn dan je had gedacht?

“Samenwerken met mannen. Haha, nee. Dat lijkt bijna om de 5 jaar weer anders te zijn naar mijn idee. Je karakter verandert niet, maar je ontwikkelt jezelf continu. Voorheen was ik eerder van slag door iemand die heel direct en bepalend was, nu denk ik bij mezelf: ‘ah hij heeft weer zo’n bui’. Alles went.”

Hoe gedij je tussen de mannen?

“In het begin was het echt mijn weg vinden. Voor mijn gevoel had ik ook niet echt iemand om erover te sparren. Soms worden er wel harde grappen gemaakt die ik dan ineens overneem. Dan krijg ik blikken van de mannen en denk ik ‘ja jongens!’. Door het werken met mannen ben ik ook een beetje een rouwdouwer geworden.”

Doe je jezelf nog wel eens anders voor?

“In de praktijk wil ik niet zo laten zien dat ik gevoelig ben. Dat zeg ik nu open en eerlijk, maar houd het normaal liever voor mezelf. Toch straal je uiteindelijk uit wie je bent, dus het is ergens ook onzin.”

Voor welke partij heb jij bewondering?

“Er zijn wel eens onderaannemers die hun zaakjes goed voor elkaar hebben en bakken met geld verdienen. Moet ik daar dan ook niet werken denk ik dan. Je zit dan maar op één onderdeel van die complexe bouw en dat lijkt me niks. De uitdaging zit voor mij in de puzzel van het geheel.

Je bent dus niet gevoelig voor secundaire voorwaarden.

“De werkzaamheden zijn voor mij veel belangrijker. Kijk, als je jong bent ben je misschien wel gevoeliger voor leuke secundaire voorwaarden. Bijvoorbeeld jongens die een bepaald type auto mooi vinden. Dan denk ik echt: wat interesseert mij dat nou weer? We zijn zo verwend…”

Had je een droom toen je in de bouw ging werken?

“Toen ik begon met mijn studie Bouwkunde aan de HTS had ik een droom, dat was werken op een architectenbureau. Ik keek altijd naar gebouwen en vroeg me af hoe het er van binnen uit zou zien. Maar toen ik na mijn stage bij een architectenbureau stage ging lopen op de bouw, vond ik dat ook wel wat. Mijn moeder zei dat ik toen veel gelukkiger was. Dat zegt ook wat.”

Moet je er nu nog aan denken om bij een architectenbureau te zitten?

“Nee. En zo zie je maar dat het praktijkgedeelte van een studie heel belangrijk is.”

Hoe kunnen we jong talent overtuigen van hoe tof de bouwsector is?

“Weet je wat ik denk? Als je over een architectenbureau praat dan gaat het over betrokkenheid bij het ontwerp en mooie dingen bedenken. De bouw die maakt het, je zet iets neer. Met een hele ploeg zorg je ervoor dat er daadwerkelijk een tastbaar gebouw komt te staan.”