THE HUMAN AGENDA

MARINUS DEN HARDER

Wat speelt er vandaag de dag in de bouwsector?

“Momenteel is het coronavirus in Nederland en wij ondervinden daar allemaal wat praktische problemen van. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat de bouwsector het heel serieus neemt en ook heel inventief laat zien dat we ook hier mee om kunnen gaan. Er wordt hard gewerkt, producties lopen niet terug en samenwerkingen met onderaannemers gaan goed. Wel zijn er soms leveringsproblemen, maar er wordt actie ondernomen om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Naar mijn mening hebben we met z’n allen laten zien dat de bouw een stuk flexibeler is dan gedacht. Ook de mensen die thuis moesten werken hebben dat laten zien. Dat geldt overigens voor de hele Nederlandse samenleving. Thuiswerken en digitaal overleg is niet iets wat in de bouw veel voorkwam, maar we laten met deze omslag zien dat er snel geschakeld kan worden. Dat vind ik mooi. Het tekent ook wel het type mens dat in de bouw werkt.”

Wat versta je dan onder het type mens?

“Toch wel het aanpakken, in oplossingen denken en inventief willen zijn. Een mentaliteit die zich nu zeker uitbetaalt. Wat de toekomst gaat brengen, weet ik nog niet. En iedereen die roept dat ze het wel weten die weten het ook niet.”

Welke innovaties waren voor de coronacrisis ondenkbaar?

“Er is een verschil tussen innovatie en inventief gedrag. Innovatie is echt iets heel nieuws bedenken en dat zie ik nu niet echt gebeuren. In tegenstelling tot de stikstofcrisis. Daar werden NOx-filters ontwikkeld en werd ander materieel gebruikt. Inventief zijn is zorgen dat er extra bouwketen georganiseerd worden en razendsnel regels opstellen hoe je op de bouw met de anderhalve meter afstand kunt werken. Overigens denk ik dat thuiswerken wel meer een blijvertje is. Routinematige zaken gaan prima via de computer, maar voor moeilijke gesprekken of bijvoorbeeld een brainstorm is het wel fijn elkaar in persoon te ontmoeten. En ook voor de verbinding tussen mensen is het belangrijk om een goede balans te vinden. Zo blijft ook de bouw vernieuwen.”

Welke uitdagingen voorzie je voor de sector in de komende vijf tot tien jaar?

“Dat zijn er wel een paar. De economische crisis die ons mogelijk staat te wachten na corona gaat een zware dobber worden voor de bouw. Mensen gaan op hun geld zitten, met als gevolg dat de productie wegvalt. En dan krijg je een herhaling van 2008. Hoe dit gaat uitpakken dat weet ik niet, maar er is wel een serieuze dreiging. Los van dit scenario zijn er nog genoeg uitdagingen. De woningnood begint historische vormen aan te nemen en ik denk dat er een landelijk woningbouwprogramma moet komen. Tijdens de economische crisis van 2008 heeft de overheid zich afzijdig gehouden van de bouw en ik hoop echt dat ze hebben ingezien dat je dan – naast onze sector – een veel groter deel van de economie laat vallen. Het is een enorme keten en de bouw is een essentieel onderdeel. Bouwbedrijven hoeven niet gesubsidieerd te worden, maar de woningbouw en infrastructuur moeten wel gestimuleerd worden. Het is een kwalitatief probleem dat zich zonder nationale sturing niet zomaar oplost. Natuurlijk is dit een probleem wat al langer speelt, maar er moet een keer een visie voor geformuleerd worden. En ik moet zeggen dat een oplossing met de omvang of impact van bijvoorbeeld Vinex echt nodig is.”

Zijn er andere opgaven waar de bouwsector voor staat?

“Bekend zijn natuurlijk het stikstof- en PFAS-dossier, welke trouwens beiden oplosbaar zijn. Het risico is echter dat er ineens iets gebeurt wat niemand aan zag komen en dan is de sector wel log. Voornamelijk omdat we veel langlopende projecten hebben, wat betekent dat je laat cyclisch bent en meer tijd hebt om weer op te starten. Ik ben benieuwd of er – ondanks dat je die tijd nodig hebt – manieren zijn om toch flexibeler te zijn of sneller te schakelen. Denk aan een flexibele schil of andere manieren van bouwen en produceren. Dat gaat de sector zeker veranderen.”

Hoe denk je dat de sector daar invulling aan kan gaan geven?

“Het is natuurlijk moeilijk om je voor te bereiden op dingen waarvan je niet weet of ze komen. Maar we zijn al wel een paar jaar bezig met trajecten zoals industrialiseren, digitaliseren en bijvoorbeeld korter op de bouwplaats zijn. Zodat je minder gekwalificeerde krachten nodig hebt, want die zijn er echt veel minder. Daarnaast focussen we ons op prefab-bouw, ofwel eerst denken en dan monteren. Ook de digitaliseringsslag die we maken is belangrijk. Het werk gaat sneller en je kunt meer in detail doen. Met BIM-modellen kun je het complete bouwproces zien, dat was toen ik begon als werkvoorbereider echt ondenkbaar. Met digitalisering ontstaat een datastroom waardoor het leereffect verbetert en het bouwen een stuk intelligenter wordt. Dit gaat zorgen voor een impuls en zo wordt de bouw steeds moderner. Hoe dit allemaal gaat uitpakken dat weet niemand, maar digitale intelligentie in het bouwproces is wel echt een game changer.”


Zijn dit thema’s die de sector ook samen oppakt?

“Niet per se met elkaar als sector. Je blijft elkaars concurrenten en dat blijft toch een struikelblok. De bouw is zo diffuus en kent zoveel partijen die in wisselende samenstellingen samenwerken, dat het uiteindelijk aankomt op de klik tussen mensen. Daarnaast is het natuurlijk altijd belangrijk om binnen de juiste juridische kaders te denken. Tegelijkertijd zie je dat er een brede behoefte is aan innovatief denken. Van grote tot kleine bedrijven en van opdrachtgevers tot onderaannemers of leveranciers. De toevoer van arbeidskrachten stagneert en het werk op de bouwplaats moet anders; betere voorbereiding en afstemming en daardoor minder faalkosten maar in een keer goed. Iedereen weet waar de pijnpunten zitten, maar de beweging is traag. Toch weet je niet wat je ziet als je een hedendaagse bouwplaats vergelijkt met een van 20 jaar geleden.”

Kun je de drie belangrijkste verschillen noemen?

“Veiligheid is een hele belangrijke. De sector blijft gevaarlijk, maar daar zijn we ons wel bewuster van geworden. Mede daardoor komen onze medewerkers hopelijk elke avond veilig thuis. Naast procedures zijn ook de bouwplaatsen tegenwoordig veiliger georganiseerd. Denk aan bouwmethodiek en steigerwerk. Verder verschilt de mate waarin wij prefab bouwen aanzienlijk met 20 jaar geleden. Daarin worden echt stappen gemaakt. De derde is de logistiek. Waar een huis bouwen vroeger een technisch proces was, komt het accent steeds meer op logistiek te liggen. En dat geeft een andere dynamiek aan het werk.”

Je hebt wel eens gezegd: “Bouwen is ambacht. Maar het ambacht verdwijnt”. Krijgt vakmanschap een andere dimensie?

“Het ambacht van bijvoorbeeld metselen, een mooi stuk timmerwerk of een gestuct plafond is uniek en wordt schaars. Overigens denk ik niet dat je in de nieuwbouw terecht komt als je op die manier je werk wilt doen. Dan word je ingehuurd voor kleinschalige of particuliere projecten. Hierdoor moeten wij op zoek gaan naar andere oplossingen, zoals airbrushen i.p.v. stucen. Een typisch voorbeeld van hoe we ambachtelijk vakmanschap met nieuwe techniek op proberen te vangen.”

Als we nu eens 20 jaar verder gaan. Hoe ziet de bouwsector er dan uit?

“Dan lopen we allemaal met een tablet op de bouw en gaat alles digitaal, zowel de tekeningen als de communicatie. Daarnaast hoop ik dat we logistiek als een discipline binnen onze bedrijven geïncorporeerd hebben. Net als techniek en organisatietalent, want dat zal niet verdwijnen.”

Marinus den Harder
Directeur bij Trebbe Groep

Zie je op het gebied van samenwerkingen ontwikkelingen ontstaan waar je trots op bent?

“Er zijn zeker hele mooie dingen aan het gebeuren. Echter, je bent altijd afhankelijk van onderlinge verhoudingen. Uiteindelijk maken de mensen het bedrijf. Dat is natuurlijk niet alleen zo in de bouw, maar door de vele wisselende contacten is het in onze sector een belangrijk aspect. Je lost samen dingen op, omdat je elkaar mag en dingen gunt. Het ene bouwbedrijf is het andere niet en je hebt de menselijke factor nodig om dat te begrijpen. Een computer heeft niet de eerste neiging om te begrijpen, maar om uit te voeren. En dat is een belangrijk verschil. Uiteindelijk heb je dus altijd menselijk contact nodig.”

Is er een kwaliteit die je moet bezitten om succesvol te zijn in de bouw?

“De bouw is heel veelzijdig en je kunt er veel kwaliteiten in kwijt. Zowel technische kennis als vaardigheden op het gebied van organisatietalent zijn waardevol om tot succes te komen. Daarnaast bestaat de sector vooral uit intermenselijke contacten, dus het ontwikkelen of bezitten van kwaliteiten op dat vlak dragen extra bij aan de kans om succesvol te zijn. Uiteindelijk is bouwen altijd “teamwork” en wanneer je die teams kunt laten excelleren dan komen successen vanzelf.” 

Welke droom had jij toen je begon met werken?

“De Arena in Amsterdam werd gebouwd toen ik net klaar was met de HTS. En ik weet nog dat ik dacht: hoe gaaf zou het zijn om projectleider te worden van zo’n project. Uiteindelijk ben ik in de woningbouw terecht gekomen en heb ik heel veel verschillende dingen gedaan en bij veel verschillende bedrijven gewerkt. Toch is het nooit gelukt om projectleider van een heel groot bouwproject te worden. Het was ook meer een romantische ambitie denk ik. Verder kwam uit mijn beroepskeuzetest dat ik met mensen moest werken. En dat klopt uiteindelijk ook. Ik werk de hele dag met mensen en het is het leukste wat er is. Het geeft voldoening en dynamiek en dat maakt mij gelukkig in mijn werk.”

Hoe ziet jouw ideale team eruit?

“In mijn werkomgeving heb ik altijd veel waardering voor professionaliteit. Ondernemerschap is niet alleen maar geld verdienen. Het is houden van het bedrijf waar je werkt, het werk dat je doet en de projecten waar je aan werkt. En dat gaat natuurlijk samen met humor. Dat vind ik een hele belangrijke kwaliteit. Humor maakt het leven leuk. Binnen een team zie ik dus graag het menselijke aspect, professionaliteit en ondernemerschap. Wanneer je dat alles samenvoegt met plezierige omgang dan wordt werken wel een feestje.”

Wat zou je de nieuwe generatie willen meegeven om het maximale uit werken in de bouw te halen?

“Wees authentiek. Zowel in werk als privé. Dat is het allerbelangrijkste. Probeer te ontdekken wie je bent en geef daar invulling aan. Het maakt niet uit dat sommige mensen je niet begrijpen, dat moet je accepteren. Naar mijn mening is de ultieme vorm van authenticiteit dat je de bevestiging van anderen niet nodig hebt.”

Is er een persoon in je carrière die zich deze kwaliteit eigen gemaakt heeft? 

“Gedurende je hele loopbaan leer je van iedereen. In mijn carrière zijn er acht tot tien mensen geweest die mij geïnspireerd hebben om mezelf uit te dagen, waardoor ik authentieker kon worden. Vraag jezelf eens af welke mensen in jouw directe omgeving je echt aanspreken en waarom. Haal hier inspiratie uit, zodat je kunt blijven ontwikkelen. Zij zijn ook gewoon maar ergens begonnen.”

Zijn er dingen waarvan je zegt: blijf daar van weg?

“Dat is moeilijk, want dat suggereert dat ik zeker weet dat ik dat nooit gedaan heb. Wel denk ik dat het belangrijk is om altijd respect te hebben voor je medemens. Respect in de omgang, hoe je elkaar bejegend of winst wilt maken. Uiteindelijk verlies je wanneer je enkel strijdt voor je eigen belang.”

Is jouw rol veranderd, en zo ja op welke manier? 

“Mijn rol is sowieso veranderd, alleen al omdat je wisselt van functie. Vanaf dat ik directeur geworden ben heb ik wel altijd geprobeerd om mensen uit te dagen. Niet alleen op persoonlijk maar ook op professioneel niveau en op ondernemerschap. Ik laat het aan anderen over om te beoordelen of ik dat goed gedaan heb. Overigens denk ik dat mijn rol niet veel meer zal veranderen, maar de setting die verandert wel.”

Het speelveld verandert natuurlijk ook en dat vraagt wat van jou. Hoe geef je invulling aan je eigen ontwikkeling? 

“Te allen tijde probeer ik te kijken wat de mores is en of dat strookt of juist schuurt met mijn eigen overtuigingen. Je moet willen leren en kunnen zien dat dingen anders kunnen. Werken met mensen is super dynamisch, je hebt elke dag wel iemand anders aan je bureau zitten. Dat maakt het werken in de bouw zo interessant. Wanneer je je kunt aanpassen, kun je in verschillende omgevingen tot je recht komen. Je hoeft niet altijd op dezelfde manier te acteren en te reageren om toch authentiek te zijn. Het is belangrijk dat je zoekt naar de interactie tussen jou en je omgeving. Als je dat kunt ben je succesvol.”

Constateer jij dat de uitwisseling van mensen tussen branches toeneemt?

“Nee dat denk ik niet. Naast het intermenselijke aspect heb je ook nog professionaliteit en natuurlijk liefde voor het vak. De overstap maken naar een ander vakgebied, dat kunnen niet veel mensen. Dan moet je al deze eigenschappen kunnen omarmen, maar daar ben ik erg terughoudend in.”

Is kennis nog steeds macht?

“De tijd verandert erg snel. Tegenwoordig is delen macht. Wanneer je jouw kennis niet deelt, loop je altijd het risico dat deze kennis niet relevant meer is waardoor je ook geen macht meer hebt. Het delen van kennis is slim, zo bouw je weerstand en blijf je in ontwikkeling. Daar bereik je uiteindelijk veel meer mee. De gedachte dat kennis macht is, hoort bij een vorm van leiderschap die aan het uitsterven is.”

Krijgt persoonlijke ontwikkeling als thema voldoende aandacht volgens jou?

“Vanuit mijn eigen ervaring moet ik zeggen ‘ja’. Toch zie ik vaak dat het coachend vermogen van leidinggevenden niet altijd even goed is, en dat is een beperking voor je werknemers. Zoals ik al zei heb ik persoonlijk meer geleerd van een handjevol inspirerende mensen in mijn nabije omgeving dan van alle cursussen en trainingen bij elkaar. Maar onze mensen kunnen altijd trainingen volgen als ze dat willen. Bovendien vind ik dat je doorgroeien toe moet juichen. Doe je dat niet, dan raak je al je goede mensen kwijt en gaat je bedrijf uiteindelijk kapot.”