THE HUMAN AGENDA

MARIEKE ROORDA

Momenteel bevinden we ons in een bijzondere situatie, maar wat speelt er voor jou in de sector?

Marieke: “Eigenlijk speelt er van alles. Het gaat over corona, de kwaliteit van mensen en de wijze waarop opdrachten vermarkt worden. Wij werken met name in de publieke sector met verschillende gemeenten, provincies en waterschappen als opdrachtgevers. Waar de geldkraan eerst open stond, zie je nu wel dat deze langzaam dicht gedraaid wordt. En dat heeft niet per se met corona te maken. Er wordt meer gekeken waar het geld precies aan uitgegeven wordt. Rechtmatig en doelmatig zijn hier zeker kernwoorden voor. We kijken naar waar we kennis kunnen vinden en hoe we dit zo goed mogelijk benutten. Denk bijvoorbeeld aan groenonderhoud en -aanleg, maar ook infra, sport en water. Daarnaast zijn innovatie en duurzaamheid ook voor ons belangrijke pijlers. Toch blijven dit lastige onderwerpen want in hoeverre kun je innovatief maaien? Tegenwoordig passen we de methodiek van sinusmaaien toe, waar je niet alles maait maar kriskras in banen over het veld gaat en zo ruimte overlaat voor de biodiversiteit en de bloemetjes en de bijtjes. Daarnaast laten we na het maaien het gras vaak liggen als organische bodemverbeteraar. Allemaal voorbeelden van verduurzaming. Of het echt innovatief is? Dat vind ik lastig.”

Maar het is wel een belangrijk onderwerp voor jullie?

“De klant vraagt om innovatie dus je moet op zoek naar het onderscheidend vermogen van het bedrijf. Wij zijn ons aan het ontwikkelen op het gebied van effort management, met andere woorden: zo efficiënt mogelijk te werk gaan. Daarin onderscheiden wij ons in een ongelofelijk concurrerende markt. Maar maaien blijft maaien en een trekker blijft een trekker.”

Zit daar volgens jou ook de uitdaging? Dat je als bedrijf, maar ook als sector meer duurzaam en dus meer innovatief moet zijn?

“Het blijft een feit dat de kleinere bedrijven over het algemeen goedkoper zijn. Ze hebben lagere kosten en minder overhead. Wij kunnen niet concurreren met de prijzen waarmee zij de markt bestormen. Het onderscheid zit echt in ons multidisciplinaire aanbod, het draaien van calamiteitendiensten en het aanleggen van infrastructuur. Daar zijn wij goed in. Bij grote provinciale contracten zie je echt dat we daar onze meerwaarde kunnen aantonen. We zijn doeners met een pragmatische instelling en we regelen het. Daar zit tegelijkertijd ook onze uitdaging. Soms moeten we van die automatische piloot en meer nadenken hoe we het moeten aanvliegen.”

Wordt de focus dan ook verlegd naar multidisciplinair werken?

“Dat is lastig, want zulke grote contracten zijn schaars. Je kunt simpelweg niet zeggen dat je je enkel daarop richt. Sommige provincies kiezen bewust voor integrale contracten en de andere knipt het op in kleine opdrachten. Dus ook voor de kleinere klussen doen wij mee. Maar als ik eerlijk moet er bij een onkruidbestek altijd wel iets tegenover staan. Denk bijvoorbeeld aan maaien of prullenbakken legen.”

Wat zijn de grootste uitdagingen die je ziet in de sector?

“Belangrijk is dat de portefeuille goed op orde is, maar het grootste zorgpunt is voor mij toch de kwaliteit van de mensen.”

Is dat intern of in de sector als geheel?

“In de basis is dat sectorbreed, maar je ziet heel duidelijk een veranderende vraag. Tegenwoordig is het niet alleen maar maaien, maar gaat het ook over de verantwoording en het digitaal vastleggen van wat je hebt gedaan. Dat blijft een struikelblok, want niet iedereen heeft de kennis in huis om een iPad te besturen, laat staan om hun werkzaamheden te rechtvaardigen of verifiëren. Voorheen waren deze datagegevens de verantwoordelijkheid van de klant, maar dat ligt nu bij ons. En dat is iets wat we zeker ook kunnen. Hoewel je soms merkt dat de communicatie tussen verschillende afdelingen wat stroef verloopt.”

Jullie moeten daar wel een bepaalde slag in gaan slaan?

“We zijn ook serieus aan het kijken hoe we de kwaliteit van onze werknemers omhoog kunnen halen. Daarom zijn die integrale trajecten zo interessant. Je werkt met een diverse groep mensen met verschillende kwaliteiten die ook van elkaar wat kunnen leren. Hoe leuk is dat?”

De kwaliteit van mensen moet omhoog, maar er is ook veel werk waar niet zo veel mensen voor te vinden zijn. Heb je er een idee over hoe we dat kunnen oplossen?

“Allereerst denk ik dat de branche niet sexy genoeg is. Men is liever projectleider dan uitvoerder, terwijl de werkzaamheden exact hetzelfde zijn. Dat zit echt in de functietitel. Daarnaast vraag ik me ook af of er wel genoeg doorgroeimogelijkheden zijn, ook wat betreft persoonlijke ontwikkeling. Dat is in mijn ogen echt een gemis.”

Merk je dan een bepaalde hiërarchie binnen de bouwkolom?

“Ja, die is er.”

Moet daar verandering in komen?

“Persoonlijk ben ik van mening dat je het beste in mensen naar boven haalt als je ze enige vorm van vrijheid biedt. Ik geloof niet dat je moet rapporteren hoe lang je aan iets gewerkt hebt, maar of je het gewenste resultaat behaald hebt. De branche focust zich heel veel op uren en dat komt natuurlijk ook door de manier van facturatie. Maar in mijn optiek is het juist het resultaat dat telt. Dus als het gaat over de ontwikkeling van de organisatie en de mensen, moet je veel meer kijken wat er precies nodig is om een specifiek resultaat te behalen en op welke manier er vervolgens beloond wordt.”

Wat is nou belangrijk om als bedrijf succesvol te zijn? Ik hoor je zeggen: volgens mij moet je de mensen ook veel meer vrijheid geven en meer op het resultaat zitten. Hoe denk je dat dat ooit gaat veranderen?

“Door een frisse wind door het bedrijf of de sector te laten waaien. Menig directeur of directielid heeft een achtergrond in deze branche en er is weinig ervaring van buiten. Ook de hiërarchie blijft hierdoor in stand. De jongens die buiten het werk doen, kennen de kneepjes van het vak en weten waar veranderingen doorgevoerd moeten worden. Maar dan moeten ze wel de kans krijgen om dit op reguliere basis bespreekbaar te maken en niet één keer per jaar en daarmee klaar.”

Dat zijn dan ook wel de soft skills, om te communiceren met elkaar.

“Precies. En dat zit ook vast aan die hiërarchie. Op het moment dat wij in een oranje jasje komen kijken, is dat voor veel werknemers spannend. Dat ken ik niet en het mag wat mij betreft ook meteen verdwijnen. Ik heb respect voor die kerels. Zij werken continu en in weer en wind. We moeten successen vieren en niet alleen de vinger op de zere plek leggen. Daarnaast is het ook niet een branche waarin je zomaar iemand aanspreekt. En zeker niet als diegene hoger staat dan jij. Gelukkig proberen we daar wel verandering in te brengen!”

Zijn deze aspecten op korte termijn nog te veranderen?

“Nee. Dit gaat echt om een diepgaande verandering en dan heb je zeker drie tot vijf jaar nodig als iedereen daarin mee wilt bewegen.”

Ook intern kijk jij met een frisse blik naar de bedrijfsstructuur. Hoe staat het met die veranderingen?

“Dat gaat mondjesmaat, maar die verandering die komt wel. Weliswaar op microniveau en persoonsgebonden, maar er is al meer in beweging dan 2 jaar geleden. Absoluut.”

Wordt er door deze veranderingen anders gekeken naar competenties of kwaliteiten van toekomstig personeel?

“Dat is altijd afhankelijk van de functie natuurlijk, maar als ik er globaal naar kijk hebben we het wel over mannen en vrouwen die stevig in hun schoenen staan, communicatief vaardig zijn en leiderschap zien als samenwerken. Daarnaast moet de verantwoordelijkheid niet alleen hogerop gezocht worden, dat kan lastig zijn omdat het vaak gekoppeld wordt aan falen. Dit vraagt om vertrouwen, ervaring en rust in de organisatie, zodat je weet dat je altijd op iemand kunt terugvallen en dat fouten maken oké is. Sterker nog, je faalt als je geen fouten maakt. Er moet geen angst zijn in een bedrijf. Je krijgt hoe dan ook een keer op je sodemieter. De vraag is alleen hoe daar mee omgegaan wordt zodat je ervan kunt leren.”

Marieke Roorda
Directrice bij Krinkels

Precies, niemand is foutloos. Dus eigenlijk moet er dus een vangnet zijn als steun voor als je fouten maakt?

“Er is geen enkel bedrijf dat zegt dat je geen fouten mag maken. Fouten maken moet. Maar het gaat om wat er daarna gebeurt. Het is natuurlijk nooit handig om keer op keer dezelfde fouten te maken. En toch moeten wij ons dan afvragen of diegene die fouten blijft maken omdat er onvoldoende begeleiding was.”

Zijn er specifieke persoonlijke kwaliteiten die nodig zijn om succesvol te worden binnen deze sector?

“Je moet wel een beetje lef hebben.”

Wat zijn de competenties die je het meest kan waarderen in jouw collega’s?

“Verbinding maken vind ik wel echt een hele belangrijke. Maak je ruzie via de mail of durf je de telefoon te pakken of gewoon langs te lopen en het uit te spreken. Ook zelfreflectie staat hoog op de lijst. Wanneer er tien keer dezelfde fout wordt geconstateerd moet je naar jezelf durven kijken.”

Hoe wordt professionele ontwikkeling bij jullie ondersteund?

“Wij hebben nu een opleiding ontwikkeld voor de uitvoerders. Die focust echt op de diversiteit binnen het bedrijf. Van mensen met een beperking tot hoogopgeleide werknemers. Maar er worden ook vragen gesteld over hoe om te gaan met de klant. Ook zijn er op maat gemaakte trajecten die aansluiten bij de ontwikkeling van de persoon zelf.”

Had je een droom of persoonlijke opgave die je wilde realiseren toen je in deze sector ging werken?

“Een droom zeker niet. Echter, verandering aanbrengen in de bedrijfsstructuur en de denkwijze van het team vind ik wel erg belangrijk. Ik wil mensen bewust laten worden dat het niet alleen gaat om het volbrengen van de opdracht, maar ook de manier waarop dit is gebeurd. Verder maak ik me hard voor persoonlijke ontwikkeling, omdat ik geloof dat het niet alleen gaat om het financiële resultaat. Dat kun je namelijk beïnvloeden door verandering in gedrag.”

Je slaat de spijker op de kop. Het is belangrijk om jezelf kwetsbaar op te stellen binnen een organisatie, al is dat soms wat lastig.

“Daarom wordt het hoog tijd dat de mannen een beetje aan ons vrouwen gaan wennen. Wij zijn in opkomst in de sector en vliegen dingen op een andere manier aan. Uiteindelijk maak je samen de mooiste dingen en gaat de efficiëntie omhoog  bij een goede samenwerking. Het maakt me niet uit of je van Venus of Mars komt, sommige dingen kan iemand anders beter en daar moet je wederzijds van profiteren. Durf complementair te zijn in plaats van die piemelmeterij.”

Er zijn dus te weinig vrouwen in de branche. Hoe zorgen we ervoor dat we jong vrouwelijk talent toch aantrekken?

“Er zijn zeker te weinig vrouwen. Maar laten we eerlijk zijn: dat komt vanzelf. De beweging is er wel, het heeft alleen tijd nodig. En in deze mannenwereld ga je die beweging nooit zo groot krijgen dat vrouwen overheersen. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de functie van de vrouw binnen onze maatschappij. We komen er wel, mannen gaan ook steeds meer inzien dat het iets goeds is.”

Mede door corona zie je dat er een rem op het aannamebeleid is en daarnaast wordt er ook gesneden in studiekosten of investering in starters. Wat vind je van die ontwikkeling?

“Dat begrijp ik, of het goed is is een tweede. Het is een cirkel. Zonder opdrachten is er ook geen of onvoldoende werk voor nieuwe mensen. Dat is hoe de economie werkt.”

Vind je niet dat er een morele verplichting is van de opdrachtgever om juist nu te investeren in nieuw talent?

“Wie is dan nu de opdrachtgever? Kijk, prima als je mij aanspreekt op een morele verplichting, maar vanuit jullie wordt hier ook een prijskaartje aan gehangen natuurlijk. Als dat niet strookt, dan houdt het aan alle kanten op.”

Misschien een verkeerde woordkeuze die ik heb gebruikt.

“Als ik naar Krinkels kijk hebben wij jong talent altijd de kans gegeven om bij ons te leren, met de wetenschap dat ze in een jaar heel veel leren en dan met die kennis doorstromen naar een andere partij. Dat is nooit fijn natuurlijk, maar als je het dus hebt over morele verplichting dan moet je daar inderdaad als sector aan meewerken. Zo laat je jong talent groot zijn in hun kennis en kunde. Daar waar het kan, doen we dat ook altijd. Ik ben daar juist enorm voorstander van. Ze brengen nieuwe energie, kennis en dynamiek. Daar sluit ik zeker mijn ogen niet voor, maar er moet wel werk zijn. Juist deze doelgroep wordt intens ongelukkig van een omgeving zonder prikkels en daarnaast moeten ze ook begeleid worden want ze zijn nog niet zelfvoorzienend. Verder moet de nieuwe generatie zich wel een beetje zorgen maken. Ze moeten worden uitgedaagd om buiten hun comfortzone te treden, zodat ze ook elders ingezet kunnen worden.”

Mooi gezegd. Jij hebt natuurlijk ook een andere werkachtergrond. Denk je dat er nog wat aan deze traditionele denkwijze gaat veranderen?

“Dat zou heel goed kunnen. Op dit moment denk ik wel dat wij – nu het aanbod op de arbeidsmarkt weer groter wordt – ook kritischer gaan kijken naar wat we binnenhalen op gebied van papieren en ervaring. Daarnaast moet je ook durven zeggen dat je iets gestudeerd hebt, maar dat je hart ergens anders ligt”.

Heb je inzichten in je eigen carrière opgedaan die je de jongere generatie graag wilt meegeven?

“Stap uit die comfortzone! Zorg voor genoeg prikkels om jezelf te ontwikkelen, want dan ga je ook echt ontdekken waar je goed in bent.”

Dat heeft soms tijd nodig.

“Ja, en dat is ook logisch. Na je studie kun je niet meteen alles. Je hebt vaardigheden opgedaan en die ga je daarna pas ontwikkelen. Daarom is het dus belangrijk dat je in een omgeving terecht komt waar dan ook mag en niet waar je enkel kennis vergaart.”

Hoe zit het met je eigen ontwikkeling binnen deze branche?

“Dat kan ik nu niet zeggen. Het hangt af van de omgeving maar ook de kansen die op mijn pad komen. Ik ben ambitieus en wil graag nog leren, maar ik hoef niet nu al op de top van mijn kunnen te zitten.”

Is er een project waar je echt trots op bent?

“Nee, niet zozeer trots. Dat zou ik ook niet chique vinden. Het werk is zo divers en iedereen zet zijn beste beentje voor. Wel ben ik trots op het feit dat we meer in contact komen met elkaar en meer durven uitspreken. Voor mij gaat het echt over iets toevoegen in de publieke omgeving.”

Heb jij nog toevoegingen?

“In het kader van ‘hoe houd je het sexy’ heb ik nog wel wat. Groen is iets wat we nodig hebben, als je om je heen kijkt zie je het overal. We hebben bedrijven als Krinkels nodig en dat besef mag van mij meer groeien.”

Op wat voor manier gaat dat lukken denk je?

“Deels door het in je eigen imago te verwerken. Denk aan meedoen met verschillende acties en steeds meer focussen op duurzaamheid, want ook de maatschappij wordt zich hier steeds bewuster van. Zeker in deze tijd moeten we ons beseffen: we gaan een andere wereld in.”