THE HUMAN AGENDA

GUUS KEUSTERS

Wat speelt er vandaag de dag in de bouwsector?

Guus: “Dan denk ik toch dat ik moet gaan voor duurzaamheid. Dit is een onderwerp wat mij zowel persoonlijk als op professioneel vlak dagelijks bezighoudt. Uiteindelijk blijft klimaatverandering de grootste uitdaging voor de mensheid. Daarnaast is het ook een terugkerend thema bij ons op de werkvloer en raakt het de bouwsector aan alle kanten.”

Hoe raakt klimaatverandering de bouwsector?

“De stikstofproblematiek is voor de bouwsector een belangrijk gevolg van de klimaatverandering. Momenteel staan we voor een enorme energietransitie waardoor de markt drastisch moet en gáát veranderen. Wanneer we kunnen versnellen en bijvoorbeeld klimaat adaptief bouwen, biodiversiteit integreren in de projecten en onze netwerken onderhouden, kunnen we op korte termijn het verschil maken. Nu maken we kleine stapjes, maar het gaat nog lang niet snel genoeg.”

Hoe komt dat dat het niet snel genoeg gaat?

“De wereld is complex geworden. Door de verstedelijking wonen we in Nederland – en veel andere landen in de wereld – met z’n allen op een kluitje. Wanneer je aanpassingen doorvoert in een dergelijk gebied raak je niet alleen mensen in de bouwsector, maar ook uit veel andere disciplines. Dat resulteert in vertraging en zorgt voor veel haken en ogen.”

Spelen de belangen van bijvoorbeeld de stakeholders een rol in de vertraging m.b.t. duurzaamheid?

“Dit speelt zich af op maatschappelijk niveau, niet alleen in de bouwsector. De samenleving heeft moeite met het accepteren van veranderingen. Dat geldt overigens ook voor mij persoonlijk. Het is en blijft een dilemma. Ook ik stap af en toe in het vliegtuig terwijl ik weet dat het niet erg goed is voor het milieu. De urgentie is voor veel mensen lastig te accepteren. Toch zie je wel dat de jongere generatie er veel mee bezig is. Tijdens sollicitaties krijgen we regelmatig de vraag wat wij op het gebied van duurzaamheid doen. Die verandering gaat er komen, maar daar is wel een generatie voor nodig.”

Gaat de huidige coronacrisis de innovatiekracht verder helpen of tegenwerken als we kijken naar duurzaamheid?

“Dat is een lastige vraag, maar ik denk wel dat we met onze neus op de feiten gedrukt worden. Deze manier van leven kan niet zo doorgaan. We worden keer op keer geconfronteerd met dat het nu echt anders moet, iets wat je bijvoorbeeld terugziet in de stikstofcrisis. In die zin denk ik dat de coronacrisis zeker een steentje bijdraagt in dit proces. Wel met de valkuil dat het erg gemakkelijk is om terug te vallen in oude patronen zodra het weer kan.”

 We kunnen wel stellen dat de infra niet echt bijdraagt aan deze thema’s. Hoe verhoudt zich dat tot jouw professionele keuzes?

“Een terecht punt. De infra is zeker een vervuiler. Daarnaast denk ik dat we een belangrijke rol spelen in de inrichting van Nederland en dus hebben we veel invloed op de verbetering hiervan. Het motiveert mij des te meer om daar extra energie in te stoppen.”

Welke innovaties verwacht je die de aankomende tien jaar een verschil gaan maken?

“Laten we vooropstellen dat de bewustwording groeit. Overal. Ook binnen Dura Vermeer. Alle werknemers voelen zich intrinsiek verantwoordelijk voor duurzaamheid. Ook al is de insteek van een project in eerste instantie anders, we gaan altijd in gesprek met de klant en op zoek naar duurzame alternatieven. Deze innovatie begint namelijk bij onszelf. Daarnaast kunnen opdrachtgevers ook een grote slag maken door duurzaamheid hoger op de agenda te zetten en naar integrale oplossingen te zoeken.”

Maak je het daardoor niet nog complexer?

“Dat is inderdaad tegelijkertijd de spagaat waarin je zit. Daarom proberen wij als organisatie ook altijd te innoveren om zo die vertaalslag beter te kunnen maken.”

Kun je een voorbeeld noemen van een project – zoals ZuidPlus – dat op een volledig andere benadering in de markt gezet is, bijvoorbeeld met een nieuwe contractvorm of manier van organiseren?

“De oplossing ligt niet in andere contractvormen. Zuidplus is wel een mooi voorbeeld. Dat is een superintegraal, groot en daardoor heel complex project. Achteraf te complex voor de huidige setting. Daarom is er gekozen om het project op te knippen in kleinere contracten. Echter denk ik niet dat dit altijd de juiste oplossing is. Als organisatie moet je daarom altijd zoeken naar de juiste balans tussen complexiteit, integraliteit en de beste kwaliteit. De oplossing zit meer in het beter maken van de mens en de organisatie.”

En als je het hebt over beter maken, waar moeten we voornamelijk op verbeteren?

“We moeten mensen vooral integraal laten denken. Deze sector zit vol techneuten die voornamelijk monodisciplinair denken. Een goed ding, want alleen op die manier kun je je specialiseren op jouw vakgebied. Toch geloof ik dat alles zo met elkaar verweven is dat je het grote plaatje moet kunnen zien om je staande te kunnen houden in deze wereld. Neem de bekende T-shape met specialisten op de verticale tak en de verbredende professionals op de horizontale. Vooral die laatste moeten een veel grotere rol gaan spelen. Van de eerste schets tot het detailontwerp, je moet te allen tijde de context begrijpen.”

Hoe denk je dat iedereen in de sector hierover denkt?

“Hoewel ik denk dat dit de afgelopen is toegenomen, ben ik er zeker van dat we daar nog grote stappen in kunnen maken.”

In een artikel schrijf je dat 70% van het projectresultaat bepaald wordt in de ontwerpfase. Hoe komt het dat deze ogenschijnlijk belangrijke fase vaak relatief kort is?

“Dat is een gevolg van traditie, waarbij de ontwerpfase nooit als belangrijk gezien werd. Projecten worden steeds complexer en daarom kost de voorbereiding ook meer tijd. En dat is ook wel een gevolg van het feit dat ontwerpers niet goed in staat zijn hun plek af te dwingen.”

Wel bijzonder dat iedereen al jaren weet dat de snelheid in de sector omhoog moet, maar het zich niet vertaald naar langere projecten of meer tijd voor het ontwerp. Waarom is dat?

“Veranderingen groeien.”

Naar mijn mening gaat het in een slakkentempo. Terwijl in andere vakgebieden het niveau van verandering en doorontwikkeling veel hoger ligt.

“Het gaat inderdaad vrij langzaam. Hoewel je ook moet terugkijken om vooruitgang te zien. Als ik zie wat wij doen, onderschatten we misschien de complexiteit. We doen ingewikkelde dingen die onvoldoende erkend worden, maar dat eigenen we ons ook niet toe als branche. Verder helpt het niet dat we een kluster van heel veel kleine bedrijfjes zijn, die telkens in andere samenstelling samenwerken. Het lerend vermogen is daarom vrij beperkt. Een programmatische aanpak komt het lerend vermogen van de branche ten goede waardoor veranderingen ook sneller gaan.”

Eigenlijk moet er dus beter en intensiever samengewerkt worden?

“Ja, of vaker in vaste samenstelling. Dat maakt veranderen makkelijker. De ontwikkelingen zijn nu veelal gericht op de korte termijn en kijken we niet veel verder dan het lopende project.”

Je hebt het over complexiteit van projecten, wat heeft dit voor invloed op de werknemers?

“Juist de uitdaging trekt mensen aan. Ze vinden het gaaf om te werken aan grote projecten. Als het uiteindelijk staat – ongeacht of het proces goed of slecht gegaan is – geeft dat een gevoel van trots. De complexiteit trekt mensen aan en leidt tot trots.”

Dat vraagt ook om bepaalde competenties en persoonlijke kwaliteiten om het werk aan te gaan.

“Dat is precies wat ik bedoel. Zo’n dertien jaar geleden werden onze projecten gedomineerd door techniek. Wanneer je dit beheerste, kwam alles goed. Tegenwoordig is dat anders. Het technische aspect is nog steeds cruciaal maar het project moet ook geïntegreerd worden in de omgeving. De context moet passen. Een procesmatige benadering en de focus op omgevingsmanagement van de afgelopen jaren vraagt om andere mensen.”

Welk project kijk jij met veel trots op terug?

“Zelf was ik ontwerpmanager van het meest zuidelijke HSL-project. Ik woon in de buurt en elke keer als ik langsrijd voel ik me trots. Trots op hoe we dat met zo’n team voor elkaar hebben gekregen. Dan vergeet je ook alle bloed, zweet en tranen die nodig waren om zover te komen. Ik zie alleen een mooi stuk infrastructuur.”

Guus Keusters
Directeur Ontwerp integrale projecten Nederland bij Dura Vermeer

Is dat stuk infrastructuur of juist het het proces datgene dat je bijblijft?

“Het proces wat je met het team doorloopt. In eerste instantie begint het met wat strepen op papier en 3 tot 4 jaar later staat er een product dat nog functioneert ook. Dat vind ik fascinerend en supermooi om mee te maken.”

Wat zou jij willen veranderen binnen de sector?

“Een beetje abstract misschien, maar toch kies ik dan voor muren afbreken. Zowel intern als extern is dit volgens mij enorm waardevol. Maar misschien is het meer een ideaal dan echt een verandering.”

 Als we dan toch filosoferen over ‘wat als’… Hoe denk je dat de bouwsector over twintig jaar werkt?

“Er komt een generatie aan die anders naar de wereld kijkt. Ik heb er dan ook het volste vertrouwen in dat zij de branche in een andere richting gaan sturen.”

Welke technologische veranderingen hoop je te zien?

“Digitalisering, maar voorspellingen doen voor over twintig jaar is lastig omdat de technologie zich zo snel ontwikkeld.”

Ik probeer het toch: ontwerpen wij over twintig jaar nog of wordt dit uit handen genomen?

“De creativiteit van de mens is naar mijn mening iets wat moeilijk door een computer vervangen kan worden. Waarschijnlijk wordt er wel meer gebruik gemaakt van data en wordt de uitvoering meer gerobotiseerd. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat de bouwplaats daarin achterblijft als je ziet hoe snel dat gaat. Er wordt zelfs al beton en kunststof geprint, dus de druk om in de uitvoering te veranderen is groot. En omdat veiligheid altijd voorop staat moet je veranderingen doorvoeren om binnen de veiligheidsnormen van de samenleving te blijven.”

Over de jaren heen, zijn die normen nog acceptabel?

“Dat we zoveel doden per jaar hebben in de bouw is niet te verkopen. Dat kan gewoon niet.”

Het kan dus zomaar zo zijn dan een betonvlechter niet meer aan de bak komt over twintig jaar?

“Nee dat denk ik niet. Maar ook voor de betonvlechter komen mooie, nieuwe rollen”

Hoe denk je dat de manier van samenwerken gaat veranderen?

“De afgelopen twee maanden hebben we allemaal ervaren hoe goed we – tot ieders verbazing – digitaal met elkaar samen kunnen werken. Echter hoop ik dat dat niet te veel de overhand krijgt. Het menselijke aspect missen we nu wel.

 Welke kwaliteiten moet je in je bezit hebben om succesvol te zijn in de bouw?

“Ten eerste moet je integraal kunnen denken. Daarnaast moet je goed kunnen samenwerken en als laatste natuurlijk liefde voor het vak hebben. We zijn een branche met veel gepassioneerde mensen, dus dat mag zeker niet ontbreken.”

Had je een droom toen je aan deze sector begon?

“Toen ik afgestudeerd was wilde ik aan hele grote projecten werken. Ik werkte bij Grabowsky & Poort, wat later overgenomen werd door Arcadis. Zij hadden net de Delftse Poort in Rotterdam ontworpen, op dat moment het hoogste gebouw van Nederland en dat vond ik wel heel gaaf.”

Size does matter. Waar zit dat in?

“Een deel is denk ik de zoektocht naar complexiteit en uitdagingen. Vaak is groot ook moeilijk. En natuurlijk heeft het ook met status te maken. Toch leuk als je dat op een feestje kunt vertellen.”

 Welke competenties kun je erg waarderen in je collega’s?

“Gedrevenheid van mensen, en daarnaast vind ik het leuk als mensen verbinden. Daar komt toch weer die integraliteit om de hoek kijken. Het is makkelijk om je eigen ding te doen, maar ook belangrijk om het grote geheel te zien. Ik heb respect voor mensen die dat kunnen.”

Waar kan jij niet zonder om je werk goed uit te voeren?

“Vertrouwen krijgen van je omgeving in wat je doet. Vrijheid ook wel. Dus dat je de ruimte krijgt om het op jouw manier te doen.”

Wat zou je willen meegeven aan collega’s?

“Dat ze zich bewust moeten zijn dat ze werken aan iets wat echt ingewikkeld is en dat ze daar trots op mogen zijn. Het is niet vanzelfsprekend wat ze doen. Er heerst een negatieve cultuur waarin we focussen op mislukkingen en kosten, maar we bouwen ook hele mooie dingen. En ook nog eens heel snel!”

We mogen dus best trots zijn op de sector. Hoe kunnen we dat uitdragen?

“Het heeft vooral te maken met hoe we onszelf en de projecten neerzetten naar de buitenwereld. We moeten duidelijk maken dat het sowieso goed gaat komen, hoe groot de uitdaging ook is. Niet bagatelliseren wat we doen, maar alles uit de kast trekken en kop omhoog. Dat is ook belangrijk om nieuwe mensen aan de branche te binden. De jongere generatie heeft vaak een vertekend beeld van ons werk en daarom moeten we ze op een andere manier aanspreken.”


Wat heb je nodig om het beste uit jezelf te halen binnen de
bouw?

“Het allerbelangrijkste is dat je binnen het project een passende rol hebt die aansluit op jouw persoonlijke ontwikkeling. Natuurlijk is het onze taak om de juiste mensen in te zetten, maar daar komt soms ook een beetje geluk bij kijken. Daarnaast moet je nieuwsgierig zijn en alles willen weten.”

We kunnen dus stellen dat soft skills steeds belangrijker worden?

“Absoluut waar. De tijd van in je eentje achter een bureau zitten bestaat niet meer. Je bent constant in contact met mensen en daar heb je andere competenties voor nodig. Je moet goed kunnen communiceren en luisteren, maar je moet ook empathisch vermogen bezitten en de juiste snaar weten te raken.”

Kun je iets noemen waar je veel beter in bleek te zijn dan je van tevoren gedacht had?

“Die vind ik moeilijk. Ik weet van mezelf dat ik een denker ben en dat ik eerst alles wil weten voordat ik een beslissing maak. Niet per se een slecht ding, maar soms duurt dat te lang dus heb ik geleerd om sneller tot een besluit te komen. En een enkele keer gaat dat dan toch te snel.”

Zijn er projecten die je – met de kennis van nu – anders zou doen?

“Het komt voor dat mensen niet op de juiste positie binnen een project geplaatst worden en dat is slecht voor het project maar ook voor henzelf. Een verkeerde inschatting, dat blijft lastig. Natuurlijk is het achteraf altijd makkelijker praten, maar er zijn op projectniveau genoeg zaken misgegaan waar we destijds te laat op geanticipeerd hebben.”

Op welke partij in de sector ben je stiekem jaloers?

“Op startups. De vrijheid, het ondernemende en de onbevangenheid. Daarnaast zou ik best graag een keer voor een opdrachtgever willen werken. Dat heb ik nog nooit gedaan en het lijkt me wel een uitdaging.”

Wat is de grootste opgave voor de mensen in onze sector?

“Naast duurzaamheid denk ik dat we het nog groter kunnen maken. Een samenleving met zeven miljard mensen kan alleen bestaan als we verbanden zien en dingen met elkaar oplossen. Er zijn nog maar weinig mensen die zich redden in een hutje op de hei. Iedereen is afhankelijk van elkaar en dat moeten we ons heel goed beseffen.”

Ik was aan het Googelen en ik zie dat je een PhD aan het doen bent?

“Ja daar ben ik nog mee bezig. Het onderzoek gaat over de relatie tussen het geïntegreerde ontwerp en de projectprestatie. Simpel gezegd: wat beslist het succes van het project? Nu 2 jaar en een aantal casestudies verder komen toch wel vraagstukken als integraliteit en het vermogen om context te adopteren naar voren. Op alle niveaus, want ook de tekenaar werkt niet in zijn eentje. Uiteindelijk is techniek niet het grootste struikelblok maar de mens. En die verander je minder makkelijk.”