THE HUMAN AGENDA

ERWIN VAN DEN HOVE

Wat speelt er vandaag de dag in de bouwsector?

Erwin: “Er gebeurt een hoop. We zijn allemaal geraakt door de coronacrisis, waardoor de toekomst niet te voorspellen is. Tegelijkertijd vragen opdrachtgevers ons om juist wel een voorspelling te geven. Denk aan prijs- en marktontwikkelingen.”

En, hoe hebben deze zich de laatste tijd ontwikkeld?

“De verwachting van alle economen is dat door corona de prijzen dit jaar zullen dalen. Echter merken wij op dit moment dat we nog steeds te maken hebben met hoge grondprijzen en andere kostenverhogende aspecten. Denk aan verduurzamingsmaatregelen, verplichte richtlijnen vanuit gemeenten voor o.a. de bouwveiligheid en hogere prijsniveaus van arbeid en materialen. We zien een markt waarin de kosten van de bouw enorm zijn toegenomen en dat die kosten niet meer in verhouding staan tot de opbrengsten. De gemeenten spelen hier overigens een grote rol in. Die stellen eisen aan woongebouwen en beslissen hoe het gebouw qua sociale huur, middensegment en hoog segment verdeeld moet worden. Zij bepalen hiermee eigenlijk wat het verdienmodel van een gebouw wordt. Dat maakt de markt best complex.”

Welke grootste uitdagingen voorzie je de komende tijd in de bouwsector?

“De vraag naar woningen blijft. We moeten woningen blijven bouwen. Het is in die zin belangrijk dat we de kosten weer in balans weten te brengen met de opbrengsten. Zo kunnen subsidies voor sociale woningen een voorbeeld zijn om deze posten dichter bij elkaar te brengen. Hier ligt ook een uitdaging voor de bouwers om te kijken hoe de kostprijs van een woning omlaag kan.”

Is dit ook gespreksstof aan de directietafel?

“Absoluut. We moeten kijken hoe we slim kunnen bouwen. Alle trends in de bouwsector hebben invloed op elkaar, je kunt dit niet als losse factoren beschouwen. Als je dat doet ben je ad hoc pleisters aan het plakken. We moeten aan de hand van belangrijke thema’s zoals energietransitie, circulariteit en duurzaamheid de processen praktisch benaderen en proberen in te bedden in onze werkmethoden. Met zo min mogelijk kosten natuurlijk.”

 Welke innovatieve ontwikkelingen staan de komende tijd op de agenda?

“Het gaat in feite om het slimmer maken van gebouwen. Dit gaat veel over thema’s als duurzaamheid, circulariteit en modulair bouwen. Termen die leuk klinken, maar waarvan je voorheen zag dat opdrachtgevers en bouwers ze snel lieten varen wanneer dit geld kostte. Nu is de urgentie overal aanwezig, we kunnen simpelweg niet anders. We moeten dit nu integreren in het ontwikkel- en bouwproces.”

Hoe verwacht je dat dit de komende jaren een verschil gaat maken?

“Ik verwacht dat modulair bouwen steeds meer gaat toenemen. Dit hoeft niet direct over hele verdiepingen te gaan, maar ook het gebruik van modulaire onderdelen binnen die verdiepingen. Zo wordt de input van leveranciers voor modulaire ontwerpen steeds meer naar voren geschoven in het proces. Aan de andere kant zal de architectonische vrijheid blijven bestaan. We gaan nog steeds mooie dingen maken.”

Wat betekenen deze innovaties voor de professionals in de bouw?

“De sector blijft groot en complex. De grondgebonden woningbouw heeft het proces wel goed geïndustrialiseerd. Maar als je kijkt naar complexere binnenstedelijke projecten dan hebben wij ook professionals nodig die in staat zijn om deze complexe materie te begrijpen en te beheersen.”

Mis je nu bepaalde competenties of vaardigheden bij professionals?

“Dit valt niet zo droog te definiëren. De mensen groeien mee met de markt, mits zij een intrinsieke motivatie hebben. Aan de andere kant moeten bedrijven ook die ruimte bieden en een sterke visie hebben op bepaalde innovatieve facetten. Anders willen ze niet bij dat bedrijf werken. Het is en blijft belangrijk om te investeren in de werknemers en ze op te leiden. Waar de bouwsector ooit begon met stenen stapelen is deze getransformeerd tot een sector waar modulaire engineering de norm wordt. Dit vraagt van werknemers dat ze mee kunnen denken, maar ook dat zij in staat zijn om innovatieve technieken met elkaar te verbinden.”

Dus jij vindt dat bedrijven verantwoordelijkheid moeten nemen om mensen op te leiden en klaar te stomen voor de toekomst van de bouw?

“Jazeker. Kijk, in een snel veranderende markt moet je snel kunnen schakelen. Je moet dus mensen hebben die mee kunnen bewegen. Als je die niet hebt, dan ga je de strijd verliezen. En waar je als bedrijf vraagt aan de werknemers dat ze hun tijd en energie investeren en het beste in zichzelf naar boven te halen, vind ik ook dat je ze de mogelijkheid moet geven dit te doen.

Op welke vaardigheden selecteren jullie de juiste mensen?

“Als je het vergelijkt met een voetbalteam heb je niet elf spitsen in het veld staan, dus niet iedereen kan scoren. Je hebt ook de andere spelers en zelfs de waterdragers nodig. Dat zijn de mensen die meters maken aan de zijkant van het veld. Het gaat dus om het belang van het team, met ieders bijdrage aan het geheel. Wij zijn een productie- en een kennisbedrijf, en die combinatie maakt het ook mooi. Aan de voorkant zijn we in staat mee te denken en aan de achterkant produceren we om het gebouw vorm te geven. Je moet per functie afzonderlijk kijken welke kwaliteiten je nodig hebt. Die competenties moet je wel in beeld hebben.”

Welke persoonlijke kwaliteiten dragen volgens jou bij aan succes?

“Wij geloven er sterk in dat je vooral leuke mensen moet hebben. Dat klinkt misschien gek, maar je werkt 40 tot meer uur per week samen. Dan is het superbelangrijk om leuke collega’s te hebben. Wat overigens ook een plus is voor opdrachtgevers. Natuurlijk gaat het om vakmanschap en het bezitten van de juiste competenties om de functie uit te kunnen oefenen, maar ook om overkoepelende eigenschappen zoals betrouwbaarheid en hart voor de zaak hebben. Het gaat om de juiste balans.”

Wat definieert ‘leuk’ voor jullie?

“Integer, eerlijk, innovatief, creatief en inspirerend in denken en doen. Er zijn veel eigenschappen die iemand leuk kunnen maken. Mensen moeten authentiek zijn. Maar het gaat er heel simpel gezegd ook om dat je aan het einde van de week gezellig een biertje kunt drinken met elkaar.”

Toen je zo’n 15 jaar geleden in de bouwsector begon, was het toen ook zo dat verschillende specialisten elkaar aanvullen in het bedrijf?

“De bouw was echt een mannenwereld. Dat is nu wel veranderd. Of er toen meer specifieke of algemene rollen waren, durf ik niet te zeggen. Het gaat vooral om de grootte en complexiteit van het project. Grote, complexe projecten vragen misschien om meer specialisten en verschillende rollen. Zijn de projecten wat kleiner, dan kun je juist selecteren op mensen die meerdere rollen op kunnen pakken.”

Dus het gaat om de talenten herkennen en mensen op de juiste plek inzetten?

“Juist. We willen natuurlijk de beste mensen, maar het is niet zo dat iedereen overal goed in moet zijn. In voetbaltermen: ben je van nature rechtsbenig, dan verwachten we wel dat je met links de bal kunt raken en een pass kunt geven. Maar we zullen er altijd op pushen dat de mensen die een fantastisch rechterbeen hebben de bal ook op rechts krijgen. Zo kunnen ze hun kwaliteiten maximaal benutten. Daarnaast bieden we altijd de mogelijkheid om het linkerbeen verder te ontwikkelen.”

Je bent zelf ook bezig geweest met een ontwikkelplan voor werknemers. Waarom heb je dit opgesteld?

“Om in kaart te brengen wat we precies in huis hebben en waar we nog moeten ontwikkelen. En om beter zicht te krijgen in wie onze high potentials zijn. Op die manier kunnen we gericht focussen op punten waar we op willen ontwikkelen en waar we werknemers wat willen bijbrengen.”

Hoe precies?

“We hebben een competentiematrix opgesteld vanuit waar we onze sterke en minder sterke punten hebben bepaald. Dit hebben we opgedeeld in soft en hard skills. We kwamen er daardoor achter dat de soft skills goed gefaciliteerd werden in onze opleidingsprogramma’s, maar de hard skills kwamen onvoldoende terug. Naar aanleiding hiervan hebben we een opleidingsprogramma op maat opgesteld.”

Erwin van den Hove
Directeur engineering bij J.P. van Eesteren | TBI

We hebben het over de veranderende markt en type projecten gehad, hoe zie jij de ontwikkeling van vakmanschap in de bouwsector?

“Uiteindelijk kun je met vakmanschap echt het verschil maken in de markt.” Als je niet bereid bent om als bedrijf te investeren in vakmensen, loop je het risico dat ze zo de deur uitlopen.”

Je zegt eigenlijk: kennis is macht?

“Of je dat op die manier moet zeggen weet ik niet, maar het is wel zo dat wij als kennisorganisatie het verschil kunnen maken. Opdrachtgevers verwachten – en terecht – dat wij de beste bouwmethodiek bedenken en op de slimste manier bouwen. En dat wij met oplossingen komen wanneer ze problemen hebben. Bedrijven die hierin uitblinken komen het beste uit de bus.”

Als je met sollicitanten om tafel gaat, wat geef je die mensen mee?

“Wees kritisch, stel jezelf lastige vragen en durf je kwetsbaar op te stellen. De jonge generatie is doorgaans holistisch ingesteld en wil de wereld veranderen, maar tegelijkertijd moeten ze ook investeren in vakmanschap om meters te kunnen maken. Ze zijn vaak kritisch naar de maatschappij en organisaties – en dat moedigen wij alleen maar aan. Qua soft skills zitten ze vaak wel goed. Het aandachtspunt zit ‘m echt in het ontwikkelen van de hard skills. Dus focus op het investeren in jezelf om beter te worden in het vak!”

Staat die nieuwe generatie daarvoor open?

“Dat denk ik wel. Je ziet ook vaak dat deze groep een bepaald beeld gevormd heeft over hun carrièrepad, maar dat dit er vaak toch anders uitziet dan gepland. Dit verloopt vaak niet zonder hobbels.”

Hoe heb jij die hobbels ervaren? En hebben die jou iets bijgebracht?

“Het is heel belangrijk dat je de juiste steun krijgt, dat je een vangnet hebt. Je kunt het alleen maar samen doen door samen te werken. De meerderheid vergeet dat weleens. Je leert uiteindelijk het meeste van die hobbels. Ik geloof erin dat je als team dingen kunt oplossen en dat het echt helpt wanneer je je kunt optrekken aan elkaar waar nodig.”

Is het voor bedrijven vandaag de dag belangrijk om succesvol te zijn?

“Ja, absoluut. Succesvol zijn en mooie projecten maken werkt als een magneet. En ik ben ervan overtuigd dat je met kennis het verschil gaat maken. De bedrijfsprocessen zijn heel erg belangrijk om effectief en efficiënt te zijn, maar de kennis zit bij de mensen. De bedrijfsprocessen zijn uiteindelijk ontwikkeld zodat wij ons kunnen focussen op wat echt belangrijk is. Wij maken zeker het verschil met kennis en dus met onze mensen.”

Wat moet een bedrijf bieden om goede mensen aan zich te binden?

“Als ik het op onszelf projecteer dan bieden wij de juiste uitdaging. We werken aan grote, complexe projecten en doen dit op een innovatieve manier. Daarnaast zijn wij een sociaal bedrijf met weinig hiërarchie. Het gaat echt om verantwoordelijkheid geven en nemen en de ruimte bieden om hun kennis en expertise op de juiste manier in te zetten. Zo kunnen de mensen zich ontwikkelen en groeien. Vanuit die strategie investeren we bewust in onze mensen. Op die manier bouwen we samen aan een hecht team met veel kennis en een hoog kritisch vermogen.”

Wat vraagt dit van jou als aanvoerder van het bedrijf?

“Je moet een duidelijke visie en strategie hebben. Het vraagt om een menselijke aanpak: dat wij benaderbaar zijn, dat wij vertrouwen hebben in onze mensen – ook wanneer het slecht gaat – en dat wij ruimte bieden voor ontwikkeling. Mensen moeten verantwoordelijkheid kunnen nemen en daarbij ook fouten kunnen maken. Dat hoort bij een ontwikkel- en leerproces. Wij bieden een vangnet om het samen op te lossen.”

Mag ik het zo stellen dat jij ervan overtuigd bent dat als je geen fouten maakt, je niet de beste versie van jezelf kunt worden?

“Kijk, de grap is: van fouten kun je leren, maar dan moet je er wel bewust van zijn dat je een fout hebt gemaakt. Als je de fout niet ziet of niemand je erop wijst, dan kun je het ook niet oplossen.”

Heb jij tijdens jouw carrièrepad ook een vangnet gehad?

“Mijn leidinggevende gaf mij altijd rugdekking en onvoorwaardelijke steun. Er is mij echt bijgebracht dat je elkaar goed moet blijven informeren en dat samenwerken voorop staat. Je moet het niet alleen met elkaar doen, maar ook vóór elkaar.”

Hoe zorg je voor die onvoorwaardelijke steun voor werknemers?

“Dat is heel simpel: je moet mensen vertrouwen. Je moet weten wie ze zijn en wat ze kunnen. We moeten elkaar kritisch kunnen benaderen en met elkaar in gesprek kunnen gaan. Zo daag je elkaar uit en kun je elkaar verder helpen.”

Is het nodig dat bedrijven de sector naar een hoger niveau tillen?

“Naar mijn mening moet het altijd een motivator zijn om je werk slimmer te willen doen. Om mee te blijven spelen in de markt en mee te gaan met de ontwikkelingen, moet de effectiviteit ook steeds beter.”

Hoe zit het qua partnerships in de branche? Zie je bedrijven vaak de handen ineenslaan?

“Op bepaalde expertisegebieden gebeurt dit wel. Bedrijven trekken dan samen op en kijken hoe je dit op een goede manier kunt inrichten. Dit is ook wel spannend, want je deelt jouw kennis en de ander kan daar zo mee weglopen. Toch een klein gevaar om je sterke positie te verliezen. Maar we kunnen veel van elkaar leren. Ook hier gaat het om vertrouwen hebben in de markt en elkaar. Wij zijn tevens een netwerkorganisatie die kennis uit verschillende bedrijven samenbrengt. Daar geloven wij ook in.”

En als je iemand van vijftig om tafel hebt zitten, wat geef je die mee?

“Ligt eraan. Kijk, uiteindelijk heeft iemand van vijftig jaar oud vaak geïnvesteerd in zichzelf waardoor hij bij je aan tafel zit. Als hij een mooie carrière achter de rug heeft en veel betekend heeft voor andere bedrijven, kan hij zomaar enorm waardevol zijn voor ons. We vragen wel een moderne houding, een welwillendheid om samen te werken. Diegene moet in het team passen.”

Gaan jullie voor eenmalig succes of duurzame samenwerkingen?

“Duurzame relaties staan bij ons voorop. Als je gaat voor een eenmalig succes, dan is daar geen basis voor vertrouwen en een langetermijnsamenwerking.”

Wat drijft jou dagelijks?

“Ik krijg er energie van om grote en complexe projecten uit te voeren met leuke mensen.”

Waarom werk je in de bouwsector?

“Het is tastbaar, uitdagend en je realiseert echt iets. Hele mooie dingen zelfs. Het is mooi werk met een stel goede mensen.”

En waarom werk je bij JP?

“JP biedt mij wat ik zoek. We realiseren die grote, complexe projecten in een organisatie met een hoog kennisniveau, veel vrijheid en ruimte tot zelfontwikkeling. Met een scherp oog voor trends en innovaties.”

Patrick: Denise, zijn er nog dingen waar jij op terug wilt komen? Ja ik zat inderdaad veel mee te luisteren omdat het gesprek tussen jullie heel lekker verliep en de vragen goed gesteld werden. De enige vraag die ik nog heb is, je hebt het even gehad over war for talent en dat het moeilijk wordt om mensen aan te trekken.

Wat doe jij zelf om de grootste ambassadeur te zijn van de bouw?

“De bouw is een kleine wereld. Mensen kennen elkaar en weten ook echt wel welke bedrijven er op de markt zijn. Ik leef in ieder geval altijd de kernwaarden na die ik belangrijk vind. Het zou wel een heel slecht verhaal zijn als na twee maanden blijkt dat je niks waarmaakt van wat je roept. Je moet zelf het voorbeeldfiguur zijn, bijvoorbeeld als je het hebt over vertrouwen en samenwerken.”

Zijn er nog dingen die je kwijt wil?

“De bouw draait om vakmanschap, samenwerken en investeren in de mensen. Maar wat belangrijk is: je moet een omgeving creëren waarin mensen zichzelf kunnen zijn. Als je niet jezelf kunt zijn, vermindert dat ook het vermogen om het maximale uit jezelf te halen. Zowel voor jou als voor de omgeving.”